1. INLEIDING
Een jas van gras
2. HET WOORD TECHNIEK
2a Technieken uit één vakgebied worden overgenomen door ander vakgebied.
3. VOORLOPERS NAAR TEXTIEL: MATERIALEN
3a de huid van een dier is grondstof voor leer en bont
3b brandnetels leren de techniek zoals bij vlas en linnen
3c de bast van boom
3d gedroogd gras: isolerend, zacht materiaal
3e pezen en darmen vormden de voorloper van draad.
3f rechte, dunne twijgen
4. FUNCTIES VAN LEER
4a De functies van leer: 4a1 kleding, 4a2 tenten, 4a3 verhuismateriaal,
4a5 veters, 4a6 riem, 4a7 rugzak, 4a8 zacht leer van kleine dieren.
5. MAATKLEDING IN SIBERIË MAAKTE OVERTOCHT NAAR AMERIKA MOGELIJK
5a Siberië (!) was 12.000 jaar geleden al bewoond.
5b Rendieren zorgden voor beenderen (vuur en gereedschap) en voor bont.
5c Kleding maakte oversteek naar Amerika mogelijk.
6 VOORWAARDEN EN OMSTANDIGHEDEN OM VAN DIERENHUID LEER TE MAKEN
6a – Algemene kennis over dierenhuiden
6b – Waar vond de bewerking van dierenhuiden plaats?
6c – Enkele eerste stappen in het bewerkingsproces
6d – Steeds wordt de huid tussendoor opgespannen
6e – Gebruikten onze voorouders dierlijke lijm?
6f – Hoe de meest vieze geur leidde tot vele parfums en een boek.
7 NOODZAKELIJKE INGREDIËNTEN OM LEER TE MAKEN VAN EEN DIERENHUID
7a – Kalk
7b – Ammoniak
7c – Zouten (met een verwijzing naar potas = pót-ás)
7d – Zuren (met verwijzing naar hoofdstuk 8: Tannine = looizuur.)
7e – Rook of dierlijk vet.
8 WAT IS TANNINE?
8a Inleiding
8b Tannine zit ook in ons eten
8c Wat doet tannine bij conservering naar leer?
8d Tannine – etymologisch
8e Hoe verwierf men tannine?
8f Hakhoutbossen en schorsmolen
8g De dierenhuiden lagen bijzonder lang in de tannine.
9 ZIJN ER AANWIJZINGEN DAT TEXTIEL AL VEEL LANGER BESTAAT?
9a Voor de jas van gras is geen gereedschap nodig.
10. VOORLOPERS NAAR TEXTIEL: KNOOP-, WEEF- EN NAALDTECHNIEKEN
10a Het looien van de huiden en vachten
10b Grondweven, bandweven, heupweven
10c Het verwerven van de zijdeachtige vezels in het binnenste van de stengels van brandnetels
10d Het maken van touw uit de bast van de boom
10e Gedroogd gras kon in een structuur van getwijnd touw worden gelegd: twijnbinding.
10f Wellicht konden ook de zijdeachtige vezels van de brandnetel in twijnbinding worden gelegd. (Zie de foto aan het begin van dit artikel.)
10g naaldbinden
10h Sprang, een vlechttechniek van verspringend touw.
11. AANWIJZINGEN VOOR HET VROEGE BESTAAN VAN TEXTIEL: TEXTIELGEREEDSCHAPPEN
11a Inleiding
11b. de naald 11b1 vijf naaikundige handelingen, mogelijkheden van de naald 11b2 De eerste naalden
11c. de speld 11c1 de veiligheidsspeld 🙂
11d. de priem
11e. de kam voor het haar en voor het weven zag er hetzelfde uit.
11f. Spintollen en/of gewichtjes om mee te weven
12 TAALKUNDIGE NALATENSCHAP VAN TEXTIELBEWERKINGEN
12a. Het woord steken, 12b. Het woord doorslaan, 12b1 Doorslaan is quilten12c. Het woord rijgen,
12d. Het woord voortborduren,12e Het woord tornen 12f. hechten en hechting
12 g De woorden hechten en hechting waaierden uit naar vele vakgebieden….
13. AANWIJZINGEN DAT TEXTIEL LANGER BESTAAT DAN HET GEVONDEN GEREEDSCHAP
13a De kleerluis 13a1 Kleerluis speelt rol bij overbrengen van ziektes, bijvoorbeeld vlektyfus.
13b Kralen 13b1- Essaouira – 13b2 – Sounjir
===============TEXTIELKUNST============
=========EERST(E) TECHNIEK(EN)?===========
= ANNE REICHERT
= SALLY POINTER
= ARCHEON – ALPHEN AAN DE RIJN
= BRITTA MARAKATT
= NAALDENFABRIEK
= NAALDBINDEN, NÄLEBINDING
= MEHDI MASHAYEKHI.COM
= BOOMBASTDOEK = TAPA UIT TONGA
= DIE BLAUE REITER
1 INLEIDING: EEN JAS VAN GRAS
Op de vraag of gras textiel genoemd kan worden, zal het gezonde verstand van de meesten van ons het hoofd nee doen schudden.
Gras, al dan niet gedroogd, is geen textiel.*)
En toch….Ötzi, de man die na te zijn vermoord na duizenden jaren werd gevonden in een gletschjer nét in de Italiaanse Alpen droeg over zijn jas van geiten- en schapenleer een schoudercape van gras.
Hij had geen vezeltje textiel, geen wollen draadje aan zijn lijf.
Zijn kleding en uitrusting bestond uit leer, bont, gevlochten tasjes van twijgen en dus ook die cape van gras. Ook in zijn schoenen zat gedroogd gras:
de prehistorische variant van de pluche voering die in ónze winterschoenen kan zitten.
Neanderthalers leefden ruim 350.000 jaar (400.000 v.C. tot 40.000 v.C.) in het destijds bijzonder koude Europa tot ver in Azië; ook zij kenden geen kledingstukken van wol; wel van leer.
De sapiensmensen en de neanderthaler leefden duizenden jaren samen.
De homo Sapiens zal handigheidjes van de neanderthalers hebben afgekeken en overgenomen.
Het DNA van veel West-Europese mensen stamt voor enkele procenten af van de Neanderthaler.
Toen onze voorouders ontdekten dat wol of vlas gewilde grondstoffen voor kleding kunnen leveren, hadden zij van hún voorouders al technieken geleerd om bijvoorbeeld touw te maken uit boombast of uit riet.
Die vaardigheden zullen de overgang naar wollen en/of linnen draden kleiner hebben gemaakt: ze herkenden direct de voordelen van de oneindig lange draden die je kunt maken met vlas en wol.
Ze voelden niet alleen hoeveel zachter wol en linnen zijn, hoeveel groter hun isolerende eigenschappen…. Het produceren van wol en linnen kan min of meer in huiselijke kring plaatsvinden…dat kun je van het bewerken van een dierenhuid naar leer niet zeggen.
Het weliswaar intensieve maakproces gaf de maaksters meer regie over hun leven.
Bovendien leert de geschiedenis van textiel: degene die bijvoorbeeld wol wilde hebben, hoefde niet persé zélf te beginnen met schaapjes hoeden.
Wij mensen hebben daar graag personeel voor.
Het touw maken (van bijvoorbeeld riet of biezen of lange liaanachtige stengels van klimplanten) had onze voormoeders bijvoorbeeld al geleerd wat ‘twijnen’ was: twee ‘draden’, met ook dunne, zwakke stukken, met elkaar verstrengelen waardoor een sterkere, meer gelijkmatige draad ontstaat.
Textiel zoals wij het kennen bestond (mogelijk) nog niet, maar wat wel bestond waren de technieken om iets van een ‘draad’ te maken via knopen, vlechten, klemmen.
Twijnbinding (paragraaf 7e) komt nog aan de orde is een voorbeeld van het maken van een weefsel via het ‘klemmen’ tussen gedraaid touw.
*) Beetje bizar: het huidige fossiele kunstgras van bijvoorbeeld sportvelden, maar ook keurig bij woonhuizen, wordt wél gerekend tot textiel.
2 HET WOORD TECHNIEK
Het woord ‘techniek‘ komt uit het Grieks: technè.
Technè betekent: iets is volgens de regels der kunst gedaan, in zijn/haar handwerk bedreven.
De woorden timmerman, handwerksman, kunstenaar, schepper zijn verwant met technè. Timmer en het engelse ‘timber’ zijn verwant: ze betekenen huis.
Een kunstenaar was iemand die meester was in een bepaalde techniek: Rembrandt was een ambachtsman. Hij beheerste de techniek van het schilderen.
Techniek en kunst lagen lang in elkaars verlengde.
Techniek, ambacht en kunst waren duizenden jaren synoniem.
Pas in onze tijd speelt, wanneer we het over kunst hebben, het aspect creativiteit een rol.
Een rol waar steeds meer aandacht naar uitgaat.
Ik las nog niet dat iemand zich bij de banaan met ducttape (Het kunstwerk ‘comedian’ van Maurizio Cattelan) een woord wijdt aan de techniek.
En dat terwijl het kunstwerk al enige malen is vernield en blijkbaar weer werd hersteld.
En soms ook voor veel geld wordt gekocht.
Kunst en ambacht zijn in onze tijd allebehalve synoniem
2a TECHNIEKEN UIT EEN VAKGEBIED WORDEN OVERGENOMEN DOOR ANDER VAKGEBIED
Maar goed: technieken maken vaak wél een belangrijk onderdeel uit van een gemaakt object. Waarna we zien dat de maakmanieren uit het ene domein worden overgenomen door een ander vakgebied.
Duizenden jaren geleden waren de materialen om te weven per definitie afkomstig uit de natuur. Niet alleen zachte stoffen werden geweven: men weefde ook met buigzame takken of met riet. Papyrus was geweven riet.
Op dezelfde manier, alleen andere materialen, bouwde men bijvoorbeeld muurtjes voor huizen.



Het weefprincipe werd toegepast in vele domeinen.
Van dunne wilgentakken, tenen genaamd maakte men manden en viskorven.
Van dikkere takken, langere tenen maakte men erfafscheidingen en matten.
In combinatie met leem werden de ‘geweven’ wilgentakken gebruikt bij de bouw van vakwerkhuizen.
Veel vlechtwerk kun je ook weefwerk noemen.


Onze voorouders zullen blij zijn geweest met droge voeten. Vele typen matten zullen hebben gediend als looppad over moerassige bodem, en als bedekking van de aarde in tenten of huizen. De tentenkampen (of andere behuizing) bevond zich altijd in de buurt van water.
In de buurt van water kan de bodem moerassig zijn. Zo’n mat van wilgentenen kan dan goed van pas komen.
Op de foto linksonder hangt een fuik.
Rechts is een voorbeeld van een weefgetouw. (Foto’s gemaakt in het Archeon in Alphen aan de Rijn)


De techniek en de materialen om een fuik te maken, zijn verwant aan technieken om matten te maken. Het zijn zowel vernuftige als eenvoudige technieken om horizontalen en verticalen op een dusdanige manier met elkaar te verbinden, vervlechten dat een vlak ontstaat.
De foto linksboven toont een weefmanier: een gewicht, meestal gemaakt van gebakken klei doet de lengtedraden, de schering strak naar beneden hangen.
Die lengtedraden hoeven enkel naar voren en naar achter te kunnen bewegen; voor het overige zijn ze statisch.
Die functie zorgt voor stevigheid: ook een dunne rechte tak kan daarvoor dienen.
Bij het weven dienen de lengtedraden het sterkst te zijn.
3 VOORLOPERS NAAR TEXTIEL: MATERIALEN
3a EEN DIERENHUID: LEER EN BONT
Waar onze voorouders duizenden jaren geleden over de zachtere warmere weefsels van wol konden beschikken, redden onze voorouders tienduizenden jaren eerder zich met leer en bont.
Een dierenhuid is organisch materiaal. Wanneer je niet weet hoe het te behandelen rot het binnen enkele etmalen weg.
In paragraaf vier volgt een poging tot reconstrueren wat daarbij nodig was: leerlooien was een zwaar vak. De bewerkingen van een huid vroegen jaren en jaren werk.
3b BRANDNETEL
De gids in Het Archeon vertelt dat ooit een weefkam is gevonden met vezels van brandnetel, de floëmen, erin.
Men kende in de prehistorie dus het principe van textielvezels
In het midden van de lange stengel van brandnetels bevinden zich over de volle lengte vezels volstrekt vergelijkbaar met bijvoorbeeld linnen.
Het proces om uit de brandnetelstengel de vezels te isoleren, waar je stof van kunt weven, is eveneens één op één vergelijkbaar met linnen.
Om daarvan een indruk te krijgen: zie linnen.
Hoe zouden onze voorouders hebben ontdekt dat die vezels te veroveren waren? Misschien in eerste instantie door toeval: een stengel van de brandnetel waait in een plas met water, de stengel gaat rotten, het water verdampt, de stengel droogt, iemand trapt erop en men ontdekt dat binnen in die stengel prachtige, een soort zijdeachtige draadjes liggen?
Bij 7e wordt het proces van twijnbinding beschreven. Er zijn geen feitelijke voorbeelden gevonden van twijnbinding, maar wel acht men het aannemelijk dat onze creatieve voorouders op dit idee zijn gekomen en het ook hebben uitgevoerd. De foto bij dit hoofdstuk laat de ongesponnen brandnetelvezels zien die zijn ingeklemd tussen het getwijnde touw.
3c DE BAST VAN BOOM
Zoals meer uitgebreid beschreven bij touw: wanneer je boombast van bijvoorbeeld de beuk, de berk of de eik laat rotten, blijkt dat de bast uit een soort velletjes bestaan: die kun je laag voor laag voorzichtig van elkaar halen, daar kun je smalle strookjes van maken en die smalle strookjes kun je in elkaar draaien. die kun je weer rondom elkaar laten draaien (twijnen), waarna zich een echte draad, die je ook touw kunt noemen, vormt.
In dit hoofdstuk bij Textielkunst treft u een kleed gemaakt van boombast in Tonga, een eilandengroep in Polynesië. Zo’n kleed wordt nu tapa genoemd.
3d GEDROOGD GRAS, RIET EN BIEZEN
– Ötzi droeg niet alleen een cape van gras om zijn schouders; zijn voeten werden extra beschermd tegen de kou door gras. Dat gras werd op zijn plaats gehouden door een soort netje van touw. Hooi houdt lucht vast en kan de plaats innemen van ons pluche of dons.
– Behalve voor een warme laag over of tussen lagen kleding, zal gedroogd gras ook zijn gebruikt om een zachte slaapplaats te creëren.
– Gedroogd gras, gedroogd riet….we kennen allemaal wel de mooie gevlochten manden; vaak uit Afrika. Ze zijn vaak te koop op markten voor toeristen. En we kennen de fruitschalen: een wat dikker touw, een buigzame twijg met een wat grotere diameter. Knopen, vlechten, weven in samenhang met de veelvoud aan natuurlijke materialen…wie haar fantasie laat werken kan zich honderden gebruiksvoorwerpen voorstellen die met die drie ingrediënten te maken zijn.
3e DARMEN VORMDEN DRAAD
Het etymologisch woordenboek laat er geen twijfel over bestaan: het woord draad stamt af van darm. Dus voordat we onze draden maakten van vezels zullen er darmen voor zijn gebruikt. Ongetwijfeld dienden de darmen daar een bewerking voor te ondergaan.
Die houdt u nog even te goed: ik heb geen idee namelijk; of toch wel.
Het zal enige overeenkomsten vertonen met het vervaardigen van leer uit dierenhuid.
De eiwitten in de darm zijn organisch: die gaan al snel rotten. De eiwitten moeten eruit. Zou je de darmen kunnen schoonmaken en in stromend water kunnen leggen, zodat ze nog schoner worden? Daarna kun je ze drogen in de zon? Misschien roken boven de rook van een vuur?
U houdt de info tegoed.
3f RECHTE, DUNNE TWIJGEN
De langwerpige visfuiken werden gemaakte met de dunne rechte takken van bijvoorbeeld de kornoelje als basis. Ik noemde al even bij de foto’s van het weefgetouw en de visfuik: de lengtedraden van het weefgetouw (die lengtedraden dienen bijzonder veel steviger te zijn dan de breedtedraden) hebben dezelfde functie als de lange rechte twijgen van een struik of boom: ze geven lengte en ze geven stevigheid.
3g BIES, BIEZEN
Bij ‘Onze taal.nl’ staat: ‘Van bies, dat langs het water groeit en dat er matten van worden gemaakt.
Onze uitdrukking ‘je biezen pakken’ stamt uit recentere tijd.
Rondreizende comedians gebruikten biezen matten als podium voor hun act.
Wanneer ze verder reisden dan pakten ze hun bezittingen bij elkaar.
In de bijbel: Mozes werd gevonden in een biezen mandje.
Wellicht kennen we nog wel stoelen met een biezen zitting.
Bij ‘stoelenmatter’ bij Wikipedia zie je wel foto’s van stoelen met een biezen zitting.
In de zeventiger jaren was het mode als vloerbedekking: vierkante ‘tegels’ die je met elkaar kon verbinden. Het was goedkoop en het gaf sfeer.
4 FUNCTIES VAN LEER
Wie leest over de prehistorie komt zinnetjes tegen als: ‘Van dierenhuiden werd leer gemaakt.’
Voor wat had men dat leer nodig?
4A1 KLEDING
We kennen de tekeningen uit de strip van Fred Flintstone en we kennen de stereotype manier waarop de grappige alfa-oerman de vacht achteloos over zijn lijf laat hangen.
Zelfs in een museum kan men jagers en verzamelaars in illustraties afbeelden als een stripfiguur. Alle vrouwen zien er als een kopie van Wilma Flintstone bevallig uit, met één schouder ontbloot, want één dierenhuid is niet groot genoeg voor een heel mensenlijf.
In de periodes rond bijvoorbeeld 15.000 jaar geleden volgden duizendjarige ijstijden elkaar op. Ondenkbaar dat een mens dat kan overleven zonder goede kleding.
Zie 4b: over de kleding in Siberië.
4A2 TENTEN EN BEHUIZING
De huiden van bont en leer waren nodig om tenten te maken.
Er worden twee types tenten beschreven:
– Een type ‘tent’ wordt opgebouwd vanuit een rechthoekige kuil in de grond.
Aan de zijkant van de kuil staken beenderen, ribben van mammoeten omhoog. Die beenderen werden bekleed met lappen leer. We begrijpen: de geprepareerde huiden waren op maat aan elkaar gemaakt.
– Een ander type behuizing kennen we uit vele culturen: de gers bij de Mongoliërs, de tipi bij de inheemse Amerikanen, de tsjoem bij bevolkingsgroepen rond de noordpool. De aan elkaar genaaide leren lappen werden rond lange rechte stokken gedrapeerd. Boven in de tipi zat een open gat: daardoor kon de rook de ruimte verlaten.
Bij de huidige Sami zijn voorbeelden bekend van opgespannen huid. Die worden tegen de buitenwanden gezet of aan het plafond gehangen. De vonken van het vuur komen tegen de haren van het bont. Dit vermindert het brandgevaar. Ook onze voorouders zullen hebben ervaren dat niets beter isoleert dan een laag lucht.
Het is voorstelbaar dat het opgespannen leer ook zal hebben gediend als een waterdicht afdak.
De leren lappen kunnen op de grond zijn gelegd, als slaapplek.
De huiden met bont kunnen zijn gebruikt als dekens.
4A3 LEREN LAPPEN ALS HANGMATTEN BIJ RONDREIZEN
Wanneer jagers, verzamelaars zich verplaatsten naar een volgende plaats waar ze meer voedsel verwachtten, dan verzamelden zij hun spullen voor de reis, de verhuizing.
De spullen kunnen zijn verzameld op lappen leer. Leer is sterk.
Die sterke ‘lap’ kun je vervolgens slepen of met hun punten hangen aan een draagstok. Wellicht was zo’n grote leren lap multifunctioneel: zowel tent als verhuismiddel.
4A4 SMALLE STROKEN LEER ZIJN VETERS.
Leer werd ook in smalle strookjes gesneden: zo ontstonden veters. Met een priem maak je een gaatje in de leren lap; daar kan de veter doorheen worden geregen. Op die manier kun je leren lappen aan elkaar maken en je kunt je kleding ermee dicht maken.
Ötzi hield er zijn broepspijpen mee omhoog. Hij had een priem bij zich. Zo’n gaatje kan uitscheuren. Met een priem maak je een gaatje verderop in de lap leer, de voormalige huid.
4A5 EEN BREDE VARIANT VAN DE VETER; DAN KRIJG JE EEN RIEM
Met een riem kun je goederen bij elkaar houden (een opgerolde mat bijvoorbeeld). De riem is ook een functioneel onderdeel van kleding. Ötzi droeg een riem om zijn middel en daar zaten de veters met de broekspijpen aan vast. Een riem dient ook om een losse jas strakker om je lijf te wikkelen: op die manier is de drager beter beschut tegen wind en kou.
4A6 EEN RIEM IS OOK MIDDEL OM EEN KIND MET/AAN JE LIJF TE BINDEN
Verplaatsende jagers, verzamelaars namen natuurlijk ook hun kinderen mee.
Niet alle kinderen kunnen zo’n lange voettocht volbrengen: men zal rugzakachtige constructies hebben gekend, gemaakt van twijgen en biezen of touw, waarin men de kinderen een veilige plek kon geven.
Die constructies werden met riemen bevestigd aan het lichaam van de ouder.
4A7 DE DIERENHUID VAN JONGE, KLEINE DIEREN ZAL GEBRUIKT ZIJN VOOR BABYKLEDING
Ook de huid van kleine dieren zal zijn gebruikt, bijvoorbeeld voor de zorg van de pasgeborenen: ook de huid van een klein wild dier, een jong, kan dusdanig bewerkt zijn, zodat een zacht, soepel materiaal ontstond waarmee men babies kon beschermen. De dierenhuid van een kalfje of een konijn geeft volstrekt ander materiaal dan de huid van een volwassen rendier.
Om een idee te krijgen: denk aan een zeemleren lap: zacht, soepel, vochtopnemend materiaal.
De uitleg over hoe je bij het looien kunt sturen – dient de huid stug en stijf te blijven of dient de huid soepel te zijn – volgt nog.
5 Maatkleding in de prehistorie maakte overtocht naar Amerika mogelijk
5 MAATKLEDING IN DE PREHISTORIE
5A Siberië lijkt 12.000 jaar geleden al bewoond.
In het ijskoude Siberië wonen al bijzonder lang mensen. (bij nl. Wikipedia.org Denisovagrot – 29-7-2026 : een naald in Zuid-Siberië van 50.000 jaar oud.)
In de koude Noordelijke zeeën was bijzonder veel vis.
De eiwitten, die op het land zo moeilijk te verkrijgen zijn, zwommen volop in de zee. Men vermoedt dat trekzalm een belangrijke rol speelde bij de voedselvoorziening.
Het vangen van trekzalm zal voor de prehistorische mens niet moeilijk zijn geweest. Weliswaar komt die trekvis gedurende slechts een korte periode voorbij…de gevangen vis kon makkelijk in de koude bewaard worden.
Immers, altijd een diepvries bij de hand.
Toen de ijstijden wat milder werden steeg de Siberische temperatuur naar min 20 tot min 30 graden Celsius. Daarvóór was het niet zelden min 50 graden.
Recent werd op een stukje aardewerk uit prehistorisch Siberië een bewijs van trekzalm gevonden.
5B Rendieren zorgden voor beenderen (vuur en gereedschap) en voor bont.
Wikipedia vertelt eveneens over de jacht op andere trekdieren: onder andere rendieren.
Hoe kunnen mensen overleven bij die lage temperaturen?
De Siberische cultuur heeft raakvlakken met de huidige Sami in Scandinavië.
Hun huis, de tsjoem, kun je vergelijken met de tipi van de inheemse Amerikanen.
Dat is niet verwonderlijk want de voorouders van de inheemse Amerikanen zijn afkomstig uit Siberië. De tsjoem, een ronde tent van (rendier)leer, heeft op de grond een diameter van 10 meter. Boven in het midden zit een gat waar de rook van het vuur uit kan ontsnappen.
De bewoners van Siberië hadden geen droog hout om te stoken, maar beenderen van dode dieren dienden mogelijk als brandstof.
De mensen in Siberië maakten pakken op maat, zoals de Sami dat ook kunnen/konden. De pakken bestonden uit bontvellen, die twee maal=dubbel werden gebruikt. De gladde leerzijdes zaten zowel aan de binnenkant én aan de buitenkant. Het bont, de pels zat, dus ook twee maal. binnenin.
Ik las dat ze zelfs speciale pakken hadden waarin op de rug van de moeder een draagzakje was ingebouwd voor de kleine baby. De voetjes pasten in de oksel van de moeder en die bleven dus warm: dat zal voor de moeders een signaal zijn geweest…de voetjes zijn warm, dan is het oké…oeps, koude voetjes…aan het werk.
De Scandinavische textielkunstenares Britte Marakatt – Labba laat in haar werk veel zien over de cultuur van de Sami. Bij het hoofdstuk Prehistorie de grote lijnen wordt meer over haar werk verteld.
5c KLEDING MAAKTE OVERSTEEK NAAR AMERIKA MOGELIJK.
Zonder de beschermende kleding was de overtocht naar Amerika 16.000 jaar geleden niet mogelijk geweest.
BLZ 81: Boek ‘Sapiëns’ Parafrases en citaten:
De schrijver Harari vertelt over de oversteek van de sapiens-mens van Siberië naar Amerika, hetgeen hij overigens kwalificeert als een ecologische ramp.
Harari noemt als jaartal 14000 voor Christus,
‘De eerste Amerikanen arriveerden te voet, wat kon omdat de zeespiegel zo laag was’…
Harari noemt het een barre reis. Sapiens moest wennen niet allen aan de extreme kou (-50 graden) maar ook aan de duisternis in de herfst en winter.
Zelfs de Neanderthalers bleven hangen in het zuiden van Siberië,
Harari noemt het ‘ingenieuze oplossingen’: sapiens leerde om sneeuwschoenen te maken en hij kwalificeert de bovenbeschreven naaitechnieken als ‘effectieve thermokleding’.
Hun jachttechniek op grote mammoeten verbeterde en ze ontwikkelden nieuwe wapens.
We hoeven ons geen voorstelling te maken van mensen die bibberend overleefden van dag tot dag. Op de archeologisch vindplaats Soengir (24.000 jaar geleden) zijn graven gevonden met lichamen die bijzonder veel ivoren kralen dragen.
Zie 13 b: Kralen
Zonder de beschermende kleding was de overtocht naar Amerika 16.000 jaar geleden op dat moment dus onmogelijk geweest.
6 Voorwaarden en omstandigheden om van een dierenhuid leer te maken
6a ALGEMENE KENNIS OVER DIERENHUIDEN
De huid van een zoogdier bestaat net als de huid van een mens uit het eiwit collageen; 100% organisch materiaal.
Binnen 24 uur dient gestart te worden met het bewerken van de dierenhuid, anders gaat deze bederven.
De eerste bewerking bestaat uit het afschrapen van het vlees. Alleen de echte huid kan uiteindelijk leer worden.
Schrapen is zwaar werk dat eindeloos lijkt te duren. Het vlees gaat er met flintertjes vanaf; als je het te grof aanpakt beschadig je de huid.
De afvaldrab van het schrapen ziet er ondefinieerbaar vies uit. Ook de haren van de vacht worden er afgeschraapt.
In de meeste fasen zijn chemische stoffen nodig om toe te werken naar de uiteindelijke looifase. De huid transformeert slechts langzaam naar leer.
Het hele proces duurt jaren.
De chemicaliën uit de oertijd kwamen niet uit de chemische fabriek, maar ook zuren en zouten uit de natuur die kunnen bijtend zijn, stankoverlast geven en milieuschade veroorzaken.
6b WAAR VOND DE BEWERKING VAN DIERENHUIDEN PLAATS?
Het bewerken van de dierenhuiden vond zeker niet plaats in een omgeving waar gezinnen of kinderen in dienen te gedijen.
Het schoonmaken, looien van leer vond dan ook plaats buiten de directe leefomgeving, aan de rand van dorpen, steden, woongroepen.
Dat zal in de prehistorie niet anders zijn geweest dan in de Middeleeuwen.
Straatnamen herinneren ons aan de plek waar de Middeleeuwse leerlooierijen stonden: bijvoorbeeld de Leerlooiersgracht in Amsterdam, de Looierssingel in Middelburg.
De zuren en zouten deden de huid vaak ineenkrimpen of samentrekken: tussendoor werd de huid vaak opgespannen. Daarvoor was kracht nodig en touwen en een raamwerk van takken: steeds verder oprekken.
6c ENKELE EERSTE STAPPEN IN HET BEWERKINGSPROCES
Op YouTube staat een filmpje ‘Perkament maken in Wierden’.
Perkament is een dun soort leer. Eeuwenlang diende het als vervanging voor papier.
In het instructieve filmpje wordt getoond hoe kalk en water nodig zijn in de eerste fases van het schrapen.
Het gaat in het filmpje om twee kleine huiden van kalfsleer. Ze weken twee maal acht dagen in een bak (ik schat van vijftien liter) water. In die bak wordt een grote schep kalk (ik schat ruim een pond) bijgevoegd.
In de prehistorie zal die kant en klare kalk niet standaard voorhanden zijn geweest. Men hing de huid dan in kalkrijk stromend water of misschien kon men met schelpen een kalkrijke omgeving bewerkstelligen. Het water is nodig om het eiwit af te breken, uit elkaar te laten vallen in aminozuren.
Voordat de porieën van de huid zich vullen met kalk, want dat is de bedoeling, ben je al gauw een jaar verder. Wanneer de kalk in de poriën zit laten de haren los.
Ik concludeer hieruit: jagers, verzamelaars die leer maakten, hadden een lange termijn planning.
Mogelijk namen ze de huiden mee op hun rondreizen, misschien liet men de huiden achter (bijvoorbeeld in een kalkrijke bron) met de gedachte: volgend jaar werken we eraan verder.
Misschien werkten ze samen met andere rondtrekkende groepen.
6d EN STEEDS OPNIEUW WORDT DE HUID OPGESPANNEN
In het instructiefilmpje over het perkament toont men hoe de huid na het schrapen wordt opgespannen en steeds strakker aangetrokken. Wanneer er niets meer te schrapen valt, wordt de huid geschuurd met puimsteen en weer opgespannen en weer geschuurd.
Perkament wordt niet gelooid.
6b GEBRUIKTEN ONZE VOOROUDERS DIERLIJKE LIJM?
Wat tijdens de bewerkingen spontaan ontstaat is: lijm !
Dierlijke lijm bestaat uit ‘gedegradeerd collageen’. Deze eiwitten zijn afkomstig uit de huid of botten van dieren, ook vissen. Voor dierlijke lijm is warm water (vanaf 65 graden) nodig. Vislijm behoeft slechts ‘kamertemperatuur’.
Hoewel onze verre voorouders het begrip ‘kamertemperatuur’ niet gekend zullen hebben, hadden ze dus mogelijk wel de beschikking over lijm.
(kennis.cultureel erfgoed.nl).
Dan hebben onze voorouders de lappen leer voor bijvoorbeeld hun tenten misschien wel kunnen plakken!
6c HOE DE MEEST VIEZE GEUR LEIDDE TOT DE BESTE PARFUMS
Op tv is een literair-toeristisch programma: een charmante presentator leest een boek en aan de hand van de plekken in de roman bezoekt hij de omgeving.
Dit keer is de roman Het Parfum van Patrick Süskind uitgangspunt voor wandelingen en ontmoetingen. Bij veel mensen die het boek lezen, belandt het in hun favoriete top tien. De hoofdpersoon in het boek heeft een bijzonder scherp reukvermogen en hij zoekt de absoluut heerlijkste geur.
De roman speelt zich af in Grasse, qua locatie nú zeer mooi gelegen in ZuidFrankrijk dicht bij de Middellandse Zee.
De plaatselijke gids legt in het tv-programma echter uit: in de Middeleeuwen was Grasse (de letterlijke vertaling van dat woord luidt ‘vet’) het centrum van de leerlooierijen en ook het centrum van de leerbewerkingen die vooráf gaan aan het looien van leer.
De gids vertelt dat het er toen gestonken moet hebben met een intensiteit die wij nu niet meer zouden kunnen verdragen.
Die ondraaglijke stank vormden aanleiding en motivatie voor de ontwikkelaars van parfums om bijvoorneeld met bloemen aromatische tegenhangers te ontwikkelen. Grasse is nu parfumhoofdstad. Veel parfumhuizen startten hun ontwikkelingen in Grasse.
In paragraaf 8 volgt meer uitleg over tannines. De moleculen van tannines bevatten fenolen. Fenolen zijn geurstoffen, die bijvoorbeeld in de roos voorkomen. (nl.frwiki.wiki)
7 Noodzakelijke ingrediënten om leer te maken van de dierenhuid.
7a KALK
Kalk werd al even genoemd bij het preparen van de huiden die in de toekomst dienen als perkament.
Om de eiwitten in de huid te doen afbreken, dienen ze uiteen te vallen in aminozuren. Dat kan met water. De kalk nestelt zich in de poriën. Nog altijd kennen we hard (met veel kalk) en zacht water. Voor onze huishoudelijke apparaten prefereren we zacht water, maar om de vlezige resten van een dierenhuid af te kunnen schrapen, vervult kalk een essentiële rol.
Ook de poriën en de haarzakjes dienen namelijk eiwitvrij te zijn. Dat vraagt vele extra fases in het schrapen van de huid. Ook schelpen bevatten kalk.
In de prehistorie zullen de dierenhuiden lang, bijvoorbeeld een jaar, in kalkrijk water zijn gehangen. Ook schelpen bevatten kalk en beenderen natuurlijk: mogelijk kon men schelpen en/of botten vergruizen, malen.
7b AMMONIAK
De onthaarde en geschraapte dierenhuid voelt nog wel vettig aan.
Immers in het dierlijk weefsel onder de dierenhuid zat ook een laagje vet.
Waar vet zit, kan straks het looizuur niet komen.
Waar vet zit kan het zout niet goed doordringen.
Om dierenhuid te ontvetten is ammoniak nodig.
In urine zit ammoniak. Ammoniak ontvet.
Ammoniak kenmerkt zich door een zeer scherpe geur.
Onze lever maakt ammoniak aan. Ammoniak is in ons lichaam een tussenprodukt bij de afbraak van eiwitten. Precies hetzelfde als dat wat nodig is bij het conserveren van leer waar de eiwitten dienen te worden afgebroken.
Vandaar dat urine een rol speelt bij het ontvetten van de dierenhuiden.
Ook bij ‘wol’ speelt urine een grote rol bij bijvoorbeeld het vervilten.
Ook de vervilters, volders genaamd, oefenden hun werk uit aan de letterlijke en figuurlijke rand van de samenleving, omdat het zo stonk.
In veel samenlevingen werd urine verzameld: onder andere bij de Romeinen. In Ierland bestaat de uitdrukking ‘pisspour’. Dan was je dermate arm dat je je urine voor enkele centen verkocht. En in Tilburg heet de Carnavalsvereniging Kruikenzeikers.
7c ZOUTEN
Water en kalk om de eiwitten af te breken… ammoniak om te ontvetten….maar het rotten van de dierenhuid door bacteriën ligt natuurlijk zeer voor de hand.
Om dat te voorkomen zijn zouten nodig.
Op sommige plaatsen was/is dat ruim voorhanden, bijvoorbeeld in de buurt van een (voormalige) zee. Ik schat in dat in Grasse de Middellandse Zee een belangrijke rol speelde om rotting tegen te gaan.
Het gebruik van potas wordt genoemd; spreek uit als pot-as.
Het woord potas stamt letterlijk af van as in een pot.
Potas is een zeer sterk soort zout.
Potas kun je maken door de as van verbrand hout in te koken. Er zijn gigantisch veel hectares bos, bomen dus, nodig om een kubieke meter potas te maken. Het is eeuwenlang een onaanvaardbare milieuramp geweest: zoveel mooie bomen en kostbaar hout opofferen voor zouten.
Maar het gebeurde wel. Voor nu, in dit kader, voert het te ver om er op in te gaan, maar het onderwerp wordt vervolgd 27- 7- 2026.
Het is heel interessant: wat wij nu kennen als soda heeft potas als oorsprong.
De zouten zijn ook zeer belangrijk in de kunstmest-industrie. Potas wordt in mijnen gedolven; met hoge winstmarges voor de eigenaren.
En wonderlijk: de kleine zakjes bakpoeder die velen in de keukenla hebben liggen, officieel heet dat kaliumcarbonaat is een broertje/zusje van de potas. Kaliumcarbonaat is ook nodig bij het maken van rozijnen.
Potas werd ook gebruikt om linnen mooi wit te krijgen (wordt vervolgd)
7d ZUREN
We naderen nu de fase waarin de dierenhuid voldoende is geprepareerd om te transformeren naar leer. Daarvoor is tannine nodig. Tannine is een zuur.
De laatste eiwitten in de huid binden zich dan aan het looizuur.
Over tannine valt dermate veel te vertellen….:-)…dat wordt in hoofdstuk 8 apart besproken.
7e ROOK OF DIERLIJK VET
Leer bestaat in twee vormen: een betrekkelijk hard, nog net buigzaam ‘plaat’achtig materiaal; zoals we dat wel kennen van schoenen.
En leer kan soepel, zacht zijn.
Het leer dat een jaar lang in het tanninebad heeft gelegen is niet waterdicht.
Een manier om die waterdichtheid te bewerkstelligen is: roken. Men maakt een vuur, men wikkelt de huid daar als een wikkelrok omheen (met een gat aan de bovenkant, waar de rook doorheen kan) en daarmee ontstaat langzaam maar zeker het dikke, sterke leer. Waterdicht inmiddels.
Wanneer men echter soepel leer wil krijgen dan dient men de gelooide huid in te wrijven met dierlijk vet. En waar haalde men dierlijk vet vandaan: uit de hersenen van dieren.
8 Wat is tannine?
8a – INLEIDING
Mogelijk leest u het woord tannine voor het eerst.
Daarom enkele inleidende feitjes, weetjes over tannine
– Tannine is een plantaardig zuur.
– Wanneer de uit bomen, planten gewonnen tannine klaar is voor gebruik, ziet het eruit als bruin poeder.
– Tannine is een verzamelnaam voor een groep chemische verbindingen, die voorkomen in vrijwel alle planten.
– Tannines in planten dienen als afweer tegen ziekmakende microben.
– Tannine heeft de bijzondere eigenschap om kleur te binden en te stabiliseren.
– Tannine helpt om pigmenten vast te houden (madameescaut.nl)
8b TANNINE ZIT OOK IN ONS ETEN
Wellicht realiseren we ons inmiddels: oh wacht…in wijn kan tannine zitten. oh, na het eten van walnoten heb ik een stroef gevoel in mijn mond.
‘Deze verbindingen hebben het unieke vermogen om met eiwitten te reageren’ wat leidt tot samentrekkend gevoel in de mond. In thee en wijn, maar ook in hout, schors en noten komt tannine voor.
8c WAT DOET TANNINE BIJ CONSERVERING NAAR LEER?
‘Elzen, acaciabomen, walnoten en kastanjes leveren tannines’.(madamelescaut.nl)
Bijvoorbeeld de galnoot op het eikenblad van de galwesp, waar eeuwenlang inkt van werd gemaakt bestaat voor 50% uit tannine.
Daarnaast fungeert tannine als anti-oxiderende barriëre die moleculaire veranderingen vertraagt, wat de houdbaarheid verbetert.
nl.frwiki.wiki omschrijft het als: het looien brengt verbindingen tot stand tussen de collageenvezels van de huid, waardoor verse huiden transformeren naar rotbestendig leer.
Tannine wordt gebruikt om dierlijk leer ‘te stollen en te stabiliseren’ waardoor het materiaal langer in goede staat blijft en waterbestendig wordt.
BIJ TEXTIEL, bijvoorbeeld bij het behandelen van de touwen en zeilen van zeilboten, helpt tannine om beter bestand te zijn tegen de inwerking van micro-organismen.
8d – TANNINE ETYMOLOGISCH
Tan is het poeder dat wordt gewonnen uit de schors van de eik.
Het Gallische/ Keltische woord ‘tanno’ betekent ‘eik’.
Het woord tannine stamt af van het Latijnse tannare dat looien heet.
De Nederlandse taal kent het woord getaand: iemand ziet er getaand uit; gekleurd door de zon, maar ook verweerd door de wind.
Het Engelse woord ‘tan’ (kleur) komt van Tannine.
8e – HOE VERWIERF MEN TANNINE?
Het verwerven van tannine is gebonden aan één seizoen, namelijk het vroege voorjaar.
De schors van een eik bevat een zuur.
Het woord eik kan in een dialect eek genoemd worden. Een eker is een beroep: hij verzamelde eikenschors. In het vroege voorjaar, wanneer de temperaturen voor het eerst omhoog gaan, dan spruiten nieuwe takken uit; dat is de periode dat de eker aan de slag gaat.
Een andere plek waar we natuurlijk zuur kunnen vinden is in veengrond. We kennen de verhalen, de foto’s van bijvoorbeeld de stoffelijke overschotten van mensen die na hun overlijden in veengrond kwamen te overlijden of werden gelegd.
De plantenresten, met name mossen, zorgen voor zure grond.
We kennen het vervolg: na duizenden jaren worden de lichamen gevonden, de kleding is nog te reconstrueren, te herleiden tot wat het geweest moet zijn. En het weefsel van de huid het lichaam wordt vaak gekenschetst als ‘leerachtig’.
De eik waarvan de eker de schors verzamelde zag er niet uit als een boom met één stam, maar hij ‘snoeide’ uitlopers van de boom op een dusdanige manier dat een soort struik ontstond met steeds nieuwe scheuten.
8f – HAKHOUTBOSSEN EN SCHORSMOLEN
Hakhoutbossen noemde men de gebieden met deze ‘struiken’.
Iedere tien jaar kon men de zijtakken afzagen van een struik. Het was ongetwijfeld een vak te weten van welke ‘bomen’ men de zijtakken kon hakken.
– Men zaagde ze op lengte van brandhout voor de kachel voor de huizen van de rijken in steden als Amsterdam en Parijs.
– En de schors die haalde men apart van het brandhout af.
De schors zal gedroogd zijn (iets wat ik nergens lees), waarna het naar de schorsmolen of eekmolen ging. Daar werd het gemalen tot bruin poeder.
Tannine is bruin. Het was bijzonder belangrijk materiaal. Ook de zeilen van de zeilboten en de scheepstouwen ondergingen een duurzaamheidsbehandeling: het zuur in de tannine doodde ook de bacteriën van deze onmisbare scheepsmaterialen gedurende een urenlange kooktijd. (Zie hennep)
Tannines hebben een zogenaamde adstringerende (samentrekkende) werking. Tannine bindt zich aan eiwitten met als gevolg dat de eiwitten gefixeerd worden.
We kennen waarschijnlijk wel het mondgevoel wanneer we een slok oude sterke thee drinken: dan trekt onze mond samen. Onze mond voelt stroef. De eiwitten van het wangslijmvlies worden licht gefixeerd (wikipedia). Die fixatie van eiwitten is precies wat bij het looien van leer gebeurt.
Bij wijn komt tannine vrij vanuit de pitjes van de druiven, vanuit het gisten, maar ook vanuit de eiken wijnvaten. Tannine houdt de wijn wel langer houdbaar.
Tannine is een verzamelnaam voor bepaalde chemische verbindingen (Tannine – Wikipedia). Tannines zijn polyfenolen. Ook in wijn en thee zitten tannines; ook in vruchten, bijvoorbeeld galappels, avocado.
8g DIERENHUIDEN LAGEN BIJZONDER LANG IN DE TANNINE
De schors van eikenhout bevat 10% tannine. Dus dat is eigenlijk niet zo veel. De huiden lagen dan ook wel een jaar in de tannine.
Pas relatief kort geleden wordt met chroom gewerkt om het proces te versnellen.
hier is negen weggehaald. Dat is 11 geworden
Wat bijzonder is aan de naald: het is het eerste gereedschap dat wordt gehanteerd tussen de duim en de wijsvinger.
10 Voorlopers naar textiel: knoop- weef- en naaldtechnieken
10a DE GEKNOOPTE CAPE VAN GRAS

De techniek en het materiaal van dit kledingstuk lijkt op de mantel, de cape van gras die ötzi droeg.
Het is een combinatie van knopen en twijnbinding. Het is voorstelbaar dat het goed werkt tegen de kou, over een leren jas heen.
Ook deze ‘jas’ is te zien in een van de huizen uit het Neolithicum in het Archeon.
FRANJES
Je ziet aan deze cape hoe gemakkelijk, als vanzelf franjes ontstaan. Gewoon een kwestie van niet afhechten. Franjes lijken er altijd te zijn geweest.
10b SPRANG
Hiernaast ziet u een voorbeeld van wat wij nu Sprang noemen.
Sprang komt van het woord ‘verspringen’.
Het is verleidelijk om deze techniek te zien als ‘geschikt voor een haarnetje’. Inderdaad is er ooit een graf gevonden waarin de overledene zo’n haarnetje droeg.

Mogelijk is het woord ‘mutsje’ meer op zijn plaats. Zelf denk ik ook aan een grotere versie: je kunt er een hangmat van maken. Of een wieg
SPRANG TECHNIEK
Sprang maak je met verspringende touwen. Je spant twee touwen horizontaal. Die twee touwen boven en onder verbind je verticaal met elkaar door een serie touwen.
Vervolgens neem je twee verticale touwen die naast elkaar liggen en je schuift het ene touw over het andere. Indien je los zou laten zouden de touwen weer in hun oorspronkelijke stand schieten; dus je zet het provisorisch vast (zo stel ik me voor) door er een stokje in te steken. Dit kun je eindeloos herhalen, maar op zeker moment staan de touwtjes zo strak dat de ruimte ontbreekt om ze over elkaar te slaan. Vervolgens is het zaak om één touw door het midden te rijgen: dan kan geen een ‘verticale’ draad terugschieten. Het stokje, de stokjes doen geen dienst meer en kunnen eruit.
Op de site Romeins Alphen.nl noemt men sprang de oudste bekende vlechttechniek. In Nederland is een band van sprang gevonden bij het meisje van Yde. (IJzertijd). Ook de Romeinen kenden sprang.
10c TWIJNBINDING
De gidsen in het museum haasten zich te vertellen: er is geen bewijs dat deze techniek echt werd toegepast in de prehistorie. Maar….het had gekund. Er is ooit een kam gevonden met daarin de vezels van de brandnetelstengel.
Dat onze voorouders touw konden twijnen, dat is zeker.

Hier ziet u het resultaat van twijnbinding.
De horizontale draadjes…dat zijn touwtjes. Wanneer je die touwtjes (twee draden zijn strak om elkaar heen gewonden) even terugdraait, ontstaat kortstondig een opening.
Wanneer je vervolgens door die opening andere draden/touw/gekamde vezels schuift, dan ontstaat een weefsel. Wanneer je vervolgens het horizontale touw weer loslaat dan sluit de opening zich en de twijn klemt het verticale materiaal vast.
10d NAALDBINDEN
Naaldbinden lijkt in het eindresultaat op breien: je kunt nu nog makkelijk patronen vinden om bijvoorbeeld sloffen te vinden die je kunt maken met de techniek van het naaldbinden.
Naaldbinden doet je met een naainaald. De techniek vraagt meer wol/garen dan de breitechniek. Je kunt naaldbinden met restjes wol: je hoeft geen grote bol te hebben.
11 Aanwijzingen voor het vroege bestaan van textiel: gereedschappen
11a INLEIDING
Dit hoofdstuk begon met de jas van gras van Ötzi. We stellen ons moeiteloos voor: wellicht was hij handig en verzamelde hij rietachtige bladeren van een goede kwaliteit en knoopte met zijn vingers de cape voor extra warmte rond zijn schouders; een soort poncho. Of anders was er iemand die bezorgd om hem was (hij werd uiteindelijk vermoord) en zij/hij gaf hem de zelfgeknoopte jas mee als extra bescherming tegen de kou in de hoge bergen.
Ötzi had geen textiel om zijn lichaam.
Maar in zijn tijd en al duizenden jaren eerder waren er wel gereedschappen die alleen dienden voor textiele ambacht.
Bijvoorbeeld: de naald, een kam, een speld
11b DE NAALD
De naald…een heel bijzonder gereedschap…zo klein.
In onze samenleving is het een dun staafje van metaal: aan de ene kant zit een punt (een stompe of scherpe punt) en aan de andere kant zit een klein gat. Het gaatje in de naald wordt oog genoemd.
De naald is het gereedschap dat wordt gebruikt voor het aan elkaar bevestigen (naaien) van kledingstukken of andere voorwerpen van soepel materiaal, zoals textiel of leer. (Wikipedia – onder het kopje ‘naaigerei’- 16 mei 2026.)
Zoals een hamer een beitel of een spijker nodig heeft om iets te maken, zo heeft een naald garen nodig. Zoals de hamer, de beitel, de spijker hout nodig hebben om iets te maken, zo hebben de naald en het garen textiel weefsel nodig om iets te maken.
Wat bijzonder is aan de naald: het is het eerste gereedschap dat wordt gehanteerd tussen de wijsvinger en de duim.
Wij mensen onderscheiden ons van andere zoogdieren omdat we het enige zoogdier zijn dat de wijsvinger en de duim tegenover elkaar kan zetten.
Sowieso kan de duim alle andere vingers aanraken: vanuit zoogdierperspectief is dat uniek.
Later zouden we de pen, het potlood op min of meer dezelfde manier gaan hanteren.
IN HET HOOFDSTUK ‘PREHISTORIE IN GROTE LIJNEN’ WORDT VERDER INGEGAAN OP HET UNIEKE MENSELIJKE KENMERK BINNEN DE ZOOGDIERENWERELD: DE VINGER-DUIMOPPOSITIE.
11b1 VIJF NAAIKUNDIGE HANDELINGEN/DOELEINDEN MET DE NAALD
Er zijn vijf naaikundige doeleinden waarvoor we de naald gebruiken.
Vaak hoort bij ieder doel een andere techniek: een ander type steek.
– we bevestigen de ene lap óp een andere lap textiel: dat heet appliqueren
– we bevestigen twee lappen textiel áán elkaar. De achterkant, met een zichtbare naad, laat dan iets anders zien dan de voorkant.
– de naald wordt gebruikt om garen aan te brengen om de stof te versieren: dat heet borduren.
– de naald wordt gebruikt om een gat in textiel te herstellen: dat heet stoppen. Eigenlijk wordt dan met een naald en een draad een klein weefwerkje aangebracht op, in de plaats van het gat.
– Met grote steken wordt de naald op en neer bewogen door de stof: dat heet rijgen. Via de rijgtechniek werpen kleermaaksters en kleermakers een blik in de toekomst van het kledingstuk: ze kunnen heel vrijblijvend zien of een kledingstuk past.
Bij naaien is het vaak nodig om twee panden (delen van een kledingstuk) in een exact spiegelbeeldige vorm aan elkaar, rijgen met bijzonder grote lussen heet doorslaan.
11b2 DE EERSTE NAALDEN
De eerste naalden waren gemaakt van beenderen van vogels, misschien zo’n scherp kippenbotje. In Siberië, zo’n 50.000 jaar geleden.
In Noord-West Azië lijken de botjes 25.000 jaar geleden te zijn gebruikt.
In West- en Zuid- Europa zijn ze ‘pas’ 22.000 jaar oud.
De magdaleniën cultuur en de Gravettiencultuur.
In China kende men 35.000 jaar geleden naalden van beenderen.
Er werden ook naalden van steen gemaakt. In Tibet zijn ooit (Neolithicum Xiada Co) zes stenen naalden gevonden: het zijn de oudste geslepen stenen naalden in Eurazië .
Een ‘naald’ uit de prehistorie werd ook gebruikt als een soort speld: om kleding bij elkaar te houden.

Deze foto is gemaakt in het Archeologisch Museum van Athene.
De spelden middenboven zijn versierd met een oogje van ijzer.
Bij de spelden linksboven lijkt het knopje te zijn gemaakt van een stukje bot
Hoewel een speld en een naald andere gereedschappen zijn associeren de conservatoren van het museum net als dit hoofdstuk beide attributen bij elkaar.
De uitdrukking ‘door het oog van de naald’heeft niet te maken met textiel, maar met een nauwe poort in een oude stad waar de kamelen nauwelijks door heen konden. Als ze met veel moeite die doorgang waren gepasseerd was men door het oog van de naald gekropen: men had ternauwernood een bestemming bereikt.
11c DE SPELD
Waar de naald een oog heeft aan het eind, heeft een speld een knop, een kopje.
Voor het naaiambacht is de kopspeld een belangrijk instrument: je kunt er twee stukken textiel provisorisch/voorlopig mee aan elkaar bevestigen. Als je bij het maken van een kledingstuk wilt kijken hoe het wordt: eerst wordt gespeld, daarna wordt geregen.
Een wat grotere versie van de speld heeft in veel culturen de functie om kleding op zijn plaats te houden. De Romeinen kenden de fibula; er zijn veel versies van een sierspeld, bijvoorbeeld bij klederdrachten.
11C1 – DE VEILIGHEIDSSPELD verdient hier een glimlach.
Die hield kledingstukken inderdaad provisorisch op zijn plaats.
In de jaren vijftig was een veiligheidsspeld een teken, bewijs van huishoudelijke onmacht…wie een gat in de mouw van een vest probeerde te verhullen met een veiligheidsspeld…of een ontbrekende knoop verving door een veiligheidsspeld…voor de gearriveerde huisvrouw was het een brevet van onvermogen 🙂
Alleen bij luiers vervulden ze een serieuze zeer gewaardeerde rol: net als bij de Grieken en de Romeinen hield de veiligheidsspeld het kledingstuk, de luier op zijn plaats.
11 D DE PRIEM Ik noem de priem omdat Ötzi een priem bij zich had.
Ik schat in dat wanneer je kleding van leer en bont draagt, kleding die op maat wordt gemaakt, maar die bij elkaar wordt gehouden door veters die door gaten lopen, dat die gaten kunnen uitscheuren.
Dat is geen probleem omdat je dan op een volgend plekje met een priem een nieuw gat kunt maken, waar vervolgens de veter doorheen past.
Ik denk dat de priem een belangrijk instrument, gereedschap was in de tijd van het werken met leer en bont. Ik herinner me ooit in een museum lang gekeken te hebben naar de lederen kleding van inheemse Amerikanen: ik herinner me de leren veters die door gaatjes waren getrokken. die gaatjes waren vooraf gemaakt. De veters werden er doorheen geregen.
Ook op de archeologische vindplaatsen in bijvoorbeeld Siberië: de vondst van een priem betekent dat de bevolking met leer werkte.
11e DE KAM
In archeologische vondsten worden bijzonder veel kammen gevonden; vaak in graven.
Men neemt dan vaak aan dat de kam het attribuut was om haren te kammen.
Maar in diezelfde graven zijn spintollen gevonden: gereeedschap om een draad te maken.
De kam is echter ook een onmisbaar attribuut bij het weven.
Iedereen zal wel de lengtedraden kennen van een weefgetouw.
En iedereen weet wel dat er een breedtedraad (de ketting) haaks door die lengtedraden wordt getrokken.
Maar vervolgens dient die kettingdraad met een kam mooi aan te sluiten op de vorige breedtedraad. Dat gaat niet vanzelf, want de lengtedraden hebben een verschillende hoogte: ze bevinden zich beurtelings hoog en laag en laag en hoog.
Zonder kam blrijft de kettingdraad ergens halverwege hangen.
Je krijgt ‘m met je vingers niet aangesloten op de vorige draad.
11f SPINTOLLEN EN/OF GEWICHTJES OM TE WEVEN
Onderstaande foto is gemaakt in het Archeologisch museum in Athene.
Het toont spintollen of spinklosjes en gewichtjes om te weven.
In de begeleidende tekst staat dat de zwaarte van de gewichten was afgestemd om de dikte van de draad.
Natuurlijk…denk ik…nooit bij stil gestaan.

Maar…denk ik…degenen die het gewichtengetouw nabouwden, hebben zich niet gerealiseerd dat bij weven de draden altijd om-en-om lopen: hetzij een draad boven en een andere onder, hetzij een draad voor en een andere achter.
12 Taalkundige nalatenschap: woorden als steken, doorslaan, rijgen, voortborduren en hechten, hechting
Textiele technieken verdwijnen, maar woorden, begrippen blijven in de overdrachtelijke betekenis bestaan.
12a STEKEN
De naald, de speld, de priem: het zijn gereedschappen met een scherpe punt. Je kunt ermee steken. Een steek wordt bewerkstelligd met die scherpe gereedschappen. Ook met een zwaard kun je iemand steken en we kunnen de pijn die we voelen bij geprikt worden verbeelden met de woorden: ik voel een steek in mijn zij, een stekende pijn op de borst.
Het woord stikken is ook afkomstig van steek.
12b DOORSLAAN
Het begrip: ‘een doorslaand succes’ is afkomstig uit het rijgen. ‘Doorslaan’ is een techniek uit het rijgen: je maakt een spiegelbeeldige kopie van een patroon op een ander stuk stof.
De handeling die je verricht bij lap a ‘slaat door’ naar lap b.
In het dagelijks leven kan gedrag doorslaan: een patiënt die bijvoorbeeld wel eens bewerkelijk gedrag toonde, maar die nu niet meer aanspreekbaar is, ‘slaat door’.
Of in relatie tot drugs: een gebruiker kan doorslaan naar ontoerekeningsvatbaar gedrag.
12b1 QUILTEN IS EIGENLIJK DOORSLAAN
Quilten is een handwerktechniek waarbij meerdere lagen stof, meestal drie, met rijgsteken aan elkaar worden bevestigd. Oorspronkelijk zal het zijn gedaan omdat de drie lagen stof allen versleten plekken vertoonden. De ene dunne plek wordt steviger omdat er een steviger stuk stof aan wordt verbonden.
Een beetje te vergelijken met twijnen van draad: het ene dunne stukje valt niet meer op omdat het wordt verbonden met een sterker stuk van een andere draad.
Vanzelfsprekend krijgt de lagen textiel, de mooiste lap stof aan de voorkant.
Vanzelfsprekend worden de drie lagen gelijkmatig met elkaar verbonden: bijvoorbeeld iedere tien centimeter komt een rijgdraad.
En vanzelfsprekend komen daar geometrische of decoratieve of abstracte patronen uit voort.
De manier waarop de versterkende draad wordt aangebracht wordt een vak, een kunst apart.
Waar de draad de drie lagen stof verbindt, komt de stof wat dieper te liggen. Zo ontstaat altijd enige schaduw; die schaduw werkt mee bij de decoratie.
12c RIJGEN
Wanneer we twee lappen aan elkaar rijgen dan zetten we het met grote steken provisorisch aan elkaar. Je kunt uitproberen hoe het werkstuk er uiteindelijk uit komt te zien, en uithalen wanneer iets moet worden verbeterd gaat nog heel makkelijk.
In onze taal rijgen verhalen zich aaneen of successen of tegenslagen: dan was er niet echt een plan vooraf, maar de gebeurtenissen pakten steeds goed of juist ongelukkig uit.
12d VOORTBORDUREN
Ergens op voortborduren: er was ergens een beginnetje, iets was in aanleg aanwezig. Dat wordt dan weer opgepakt: men borduurt er op voort.
12e TORNEN
Een kenmerk van ieder naaiwerk is: je kunt het uithalen, je kunt het ongedaan maken.
Dat is weliswaar veel werk, want de kleine steekjes van het draadje zijn niet makkelijk te pakken te krijgen, maar….met het goede gereedschap, nu is dat een tornmesje, lukt dat uiteindelijk altijd.
Mogelijk heeft dat tornmesje niet altijd bestaan, want het begrip tornen komt in uitdrukkingen terug.
‘Daar valt niet aan te tornen’ betekent: dat blijft zoals het is.
In onze onderhandelingsamenleving zijn niet alleen verdwijnende textieltechnieken oorzaak van het minder vaak gebruiken van het woord tornen. 🙂
12f HECHTEN
De techniek, het handigheidje waar het werk van al die naalden mee begint én eindigt is ‘hechten’…aanhechten en afhechten.
Zelf krijg ik een glimlach bij het woord aan- en afhechten: speelden met name over díe handeling uitermate veel conclicten in handwerklessen op school?
…Het borduurwerk kon er aan de voorkant bijzonder goed uitzien, maar iedere handwerkleerkracht en veel moeders draaiden het werk kil om. Aan de achterkant konden ze zien of de draden goed waren gehecht. Losse draden waren taboe en knoopjes nog meer. De meesten van ons die er herinneringen aan hebben moesten het werk uithalen.
Het was dé manier om een kind een hekel te laten krijgen aan borduren of werken met naald en draad.
Losse draden aan de achterkant waren taboe en knoopjes aan het begin van de draad nog meer.
Het woord hechten komt uit het Oud Germaans.
‘Haftjan’ betekent vastmaken en verbinden.(DBNL)
Het woord hechten komt uit het Oud Germaans: haftjan.
12f1 DE WOORDEN ‘HECHTEN’ EN ‘HECHTING’ WAAIERDEN UIT NAAR DE VOLGENDE VAKGEBIEDEN
– Het medische vakgebied. De dokter, de chirurg hecht de wond.
– De psychologie: vanaf de geboorte is het belangrijkste in de relatie tussen ouder en kind dat hechting tot stand komt. Een band, die na verloop van tijd kan verinnerlijken: het kind weet zich gezekerd en veilig ook wanneer die ouder niet nabij is. De hechtingstheorie (Kon je veilig hechten aan een ouder omdat je zeker wist dat deze terug zou komen of ontwikkelde je je op eigen kracht zelfstandig) in de psychologie speelt een cruciale rol.
– Een visnet repareren, noemt men ‘hechten’.
– Een aantal bladen van papier vastzetten met een ijzeren nietje, noemt men hechten.
– Zoals we de draad vastzette, zo zetten wij in samenlevingen ook medeburgers vast: in hechtenis nemen.
En dan zijn er nog de manieren waarop we onszelf profileren met het woord hechten door ons in verbinding te stellen met min of meer materiële goederen.: ik hecht geen enkele waarde aan… of hij/zij is bijzonder gehecht aan…
En ook kan men zich als persoon karakteristiek profileren door te zeggen: ik hecht eraan te zeggen…ik hecht bijzonder veel waarde aan….ik ben zeer gehecht aan.
Oh ja, misschien vanzelfsprekend: een draad niet niet wordt aangehecht of afgehecht: die laat los en dan zal er een gat in het weefsel ontstaan of de structuur gaat los zitten. Hechten is echt van groot belang.
13 Aanwijzingen dat textiel nóg langer bestaat..
…Oké…de naald, de speld, de priem, de kam…ze bestaan al heel lang.
Maar er zijn meer belangrijke aanwijzingen. Die brengen ons nog verder terug.
13a DE KLEERLUIS
Er bestaat een levend wezentje, dat kleding nodig heeft om te overleven. De kleerluis bestaat 107.000 jaar. Ook hier bestaan grote marges in de wetenschappelijke bewijzen: minimaal bestaat het diertje 83.000 jaar maar het kan ook dat het insect al 170.000 jaar oud is. (Wikipedia – kleerluis – herkomst – 12-08-26)
Het diertje kan alleen leven in de zomen van textiel en/of aan de binnenzijde van kleding. Het diertje heet kleerluis. Het kan zich niet verplaatsen in behaarde omgevingen.
Iedereen die de feiten laat spreken en de onderdelen bij elkaar optelt kan slechts tot een conclusie komen: textiel bestaat minimaal bijna honderdduizend jaar.
Men neemt aan dat wonen in Europa niet mogelijk was zonder beschermende kleding.
(Zie Wikipedia, met dit onderwerp)
Honderdduizend jaar…..één oma per vijftig jaar…..tweeduizend oma’s geleden…toen hadden ze al last van luizen in kleding.
13a1 KLEERLUIS SPEELT EEN CENTRALE ROL IN MEERDERE GESCHIEDENISSEN
De kleerluis stamt af van de hoofdluis. De hoofdluis wordt gezien als een parasitair insect waar we irritante jeuk van kunnen krijgen. De hoofdluis, de voorouders ervan leefden zo’n 770.000 jaar geleden. (Wikipedia – de hoofdluis 12-08-26)
De kleerluis kan echter gevaarlijke ziektes verspreiden en heeft dat in het verleden herhaaldelijk gedaan. Bijvoorbeeld de vlektyfus en loopgravenkoorts wordt verspreid door kleerluis. (Wikipedia – Kleerluis – 12-8-2026).
De vlektyfus was een ziekte die bijvoorbeeld een grote rol speelde in de Tweede Wereldoorlog.
(Dit onderwerp gaat terugkomen bij de naaiateliers.)
Kleerluizen hechten hun eitjes aan kleding.
13b KRALEN
Een andere indicatie voor de ouderdom van textiel is het bestaan van kralen.
Kralen beschouwen wij evenmin als textiel. toch kunnen ze hier worden genoemd.
Kralen zijn onlosmakelijk verbonden met de identiteit van onze mensen.
Een kraal is interessant, want een kraal heeft een gaatje. Dat gaatje is er vooraf in aangebracht.
Ik stel me voor: een groepje voorouders zat om het vuur. Klei, natte aarde bij de rivier, zal vaak voorhanden zijn geweest.
Daar draai je een balletje van. Indien je daar met een stokje een gaatje in prikt en je gooit het bolletje in het vuur, dan wordt er een kraaltje gebakken. Voor mij zeggen kraaltjes iets over de behoefte van ons mensen om ons te uiten via onze kleding: je benadrukt je individualiteit.
En dat gaatje zegt ook….er was draad om die kraaltjes vast te maken aan een weefsel of om die kraaltjes met elkaar te verbinden tot een snoer.
13b1 ESSAOUIRA
Nabij Essaouira, een kustplaats in Marokko – Afrika – werden in 2021 kralen gevonden (De Volkskrant – 14 dec.2021). Ze zijn tussen de 142.000 en 150.000 jaar oud….wanneer je over kralen beschikt…dan kent men ook draad of touw.
Als kralen bestonden, die zijn bedoeld als versiering, om iets mooi(er) te maken, dan betekent het dat mensen ook destijds belang hechten aan schoonheid en aan eigen identiteit.
13b2 SOENJIR – ARCHEOLOGISCHE VINDPLAATS SIBERIË
Over de archeologische vindplaats Soenjir zijn de kralen meer gedetailleerd beschreven en precies geteld.
Parafrases en citaten uit Harari, blz 68.
In de Russische vindplaats Soenjir werd in 1955 een dertigduizend jaar oude begraafplaats van mammoetjagers ontdekt.
‘In een van de graven bevond zich het skelet van een 50-jarige man, uitgedost in kralen van mammoetivoor met in totaal 3000 kralen’.
Wetenschappers concludeerden dat de mammoetjagers van Soengir in een hiërarchische gemeenschap leefden. Het zou onmogelijk zijn om alle overledenen zó te begraven.
Het betrof hier een zeer speciale overledene.
Op dezelfde vindplaats ontdekte men een graf met de lichamen van twee kinderen: een jongen van ongeveer 12 jaar en een meisje van ongeveer 10 jaar.
De jongen was uitgedost in 5000 (!) kralen. Ook vele vossentanden) van minstens zestig! vossen versierden zijn hoed en zijn riem.
Het meisje was versierd met 5250 kralen van ivoor. Het maken van één kraal vraagt een geschatte arbeidstijd van drie kwartier. Een ervaren ambachtsman of – vrouw zou 7500 uren of drie jaar moeten werken om dat werk te leveren.
Deskundigen van nu schatten in dat de ouders van de kinderen wellicht belangrijk waren in de gemeenschap. Misschien werden de overleden kinderen gezien als reïncarnaties van geesten of anders…misschien is hier sprake van rituele offering.
De kinderen waren geen familie van elkaar (Wikipedia).
Kralen waren zeer belangrijk.
Kralen werden via een draad aan kleding gemaakt en, of kralen speelden een zelfstandige rol als onderdeel van een ketting. Ook in dat geval werden ze verbonden met draadjes.
LAATST BEWERKT: 5 augustus 2026
BRONNEN / LITERATUUR
- Yuval Noah Harari – SAPIENS – een kleine geschiedenis van de mensheid. Thomas Rap. blz 81: over Siberië en tocht naar Amerika. blz. 68 Over archeologische vindplaats Soengir met o.a. kralen
- Engelse wikipedia: sewing needle. (15 mei 2026)
- Nederlandse wikipedia: naald (te vinden onder ‘naaigerei’); wat ikzelf verwonderlijk vind.
- nl.wikipedia.org – Ötzi-ijsmummie uit de kopertijd (18 mei 2026)
- nl.wikipedia.org – Soengir – 4 augustus 2026
- Sprang – romeinsalphen.nl – 10 december 2025
- Workshop leerlooien: Nadine lemmers – 22 jan 2020
- Wikipedia: leerlooien
- http://www.primitive ways.com
- Zeeuwse Ankers: verhaal van een leerlooierij aan de singel
- IJzertijdboerderij.wordpress.com 2006/11/20/leer-looien
- http://www.leerkenner.nl.>de-looierij
- Handmade by Ortlieb.nl/de-kunst-van-het-looien/
- Boekenprogramma: De wereld rond met boeken. Seizoen 2, deel 2
- nl.wikipedia.org: prehistorie van Siberië
- nl wikipedia: neolithicum in Siberië
- nl.wikipedia.org: stoelenmatter
- nl.wikipedia.org: Tsjoem
- Hunebed Nieuwscafé.nl – Veel info over het leven, de cultuur in het neolithicum. ook info over bijvoorbeeld twijnen en touw maken.
- sioux.de (Over leerlooien)
- HERKOMST FOTO’S:
– de meeste foto’s maakte ik in het Archeon in Alphen aan de Rijn. Het Archeon is een soort openluchtmuseum: veel bouwwerken uit de prehistorie.
– De foto’s van de ‘geweven muur van takken’, bestreken met leem, maakte ik in St. Odiliënberg, in het historisch museum naast de kerk, de ‘basiliek’.
– De foto’s van het Archeologisch Museum in Athene werden me liefdevol gestuurd door een familielid
===PREHISTORIE===EERST(E)===TECHNIEK(EN)===TEXTIELKUNST===
ANNE REICHERT – 1936 – 2022.
DUITSE ‘EXPERIMENTALARCHÁOLOGIN UND ARCHÁOTECHNIKERIN’
de.wikipedia.org – Anne Reichert.
ONDERSTAANDE AFBEELDING WERD OORSPRONKELIJK UITGEGEVEN DOOR MUSEUM ALBERSDORF IN DUITSLAND.
IK VOND DEZE POSTER OP PINTEREST.
ZELF VIND IK DEZE AFBEELDING NU NIET MEER TERUG OP INTERNET; DE LINK NAAR HET MUSEUM IS: https://albersdorf.de – exarc.net
De TITEL LUIDT: BAST , BINSEN, BRENNESEL, TEXTILES MATERIAL DER STEINZEIT.
DE AFBEELDINGEN LATEN ‘ARCHEOLOGISCHE CONSTRUCTIES ZIEN, GEMAAKT DOOR ANNE REICHERT.

SALLY POINTER
HET IS NIET MOEILIJK OM VELE FILMPJES OP YOUTUBE TE VINDEN WAARIN SALLY ENTHOUSIAST VERTELT OVER TECHNIEKEN EN MATERIALEN WAARMEE WE ONS STERKER VERBONDEN GAAN VOELEN MET ONZE VOOROUDERS.
ZE SCHRIJFT OOK BOEKEN, WAAR ZE RECLAME VOOR MAAKT. HAAR SITE DRAAGT HAAR NAAM. DUS HAAR WORKSHOPS, BOEKEN EN KENNIS ZIJN NIET MOEILIJK TE VINDEN.
ARCHEON – ALPHEN AAN DE RIJN
HET OPENLUCHTMUSEUM ARCHEON IN ALPHEN AAN DE RIJN BEGINT MET HUISJES, HUTJES, LANGHUIZEN UIT HET NEOLITHICUM EN HET MESOLITHICUM. HET IS MOGELIJK OM UITLEG TE VRAGEN OVER DE AANWEZIGE TEXTIELATTRIBUTEN EN VOORBEELDEN VAN GEMAAKT WERK. ZO IS, IN VOLGORDE VAN ZEER EENVOUDIG NAAR TECHNISCH VERNUFTIGER, IN IEDER HUISJE EEN VOORBEELD VAN EEN WEEFGETOUW AANWEZIG.
ER ZIJN TEXTIELWEEKENDEN.
VEEL FOTO’S IN HET ARTIKEL MAAKTE IK IN HET ARCHEON
DE LAATSTE EUROPESE NAALDENFABRIEK
OMDAT DE NAALD ZO’N BIJZONDER OUD GEREEDSCHAP IS EN OMDAT IE ZO VAAK OVER HET HOOFD WORDT GEZIEN…ER BESTAAT NOG EEN AUTHENTIEKE NAALDENFABRIEK.
GELUKKIG STAAT DE FABRIEK IN FRANKRIJK. IN DAT LAND IS MEN DOORDRONGEN VAN DE WAARDE VAN HET AMBACHT. ZE ZULLEN ZO’N FABRIEK MET ERFGGOED VAN EIGEN BODEM NIET MAKKELIJK VERKOPEN AAN EEN BUITENLANDS ‘INVESTERINGSFONDS’.
ER IS AL EENS EEN PRACHTIG ARTIKEL OVER GESCHREVEN IN HET BLOG ‘TEXTIELIEFDE’ NUMMER……
Nälebinding, naaldbinden
MEHDI MASHAYEKHI

ZOALS ONZE VOOROUDERS VERRASTEN MET MATERIALEN UIT DE NATUUR EN EEN COMBINATIE VAN TECHNIEKEN, ZO VERRAST OOK MEHDI MASHAYEKHI: HOUT EN VETERS VAN LEER.
IK ZAG DE WERKEN BIJ GALERIE BELL’ARTE IN HET KURHAUS TE SCHEVENINGEN.

HET ZIJN ZEKER GEEN GEBRUIKSVOORWERPEN, MAAR ZE ROEPEN ASSOCIATIES OP MET SIERADEN OF EEN KWETSBAAR HARNAS OF EEN GEDICHT.
MASHAYEKHI (1988) IS SCHEIKUNDIGE EN VOLGDE DE KUNSTACADEMIE IN ARNHEM
BOOMBASTDOEK, TAPA GENOEMD, UIT TONGA
ONDERSTAANDE FOTO TOONT EEN DETAIL UIT EEN WAND/VLOERKLEED VAN ONGEVEER TWEE BIJ DRIE METER.
HET KLEED IS HET EERSTE ITEM VAN DE TENTOONSTELLING IN HET WERELDMUSEUM ROTTERDAM IN DE ZOMER VAN 2026: ART SHE CRAFTED.
HET DOEK IS GEMAAKT VAN BOOMBAST; TAPA GENOEMD.

VROUWEN VAN HET EILAND TONGA MAKEN DIT DOEK MET HET BIJZONDERE MATERIAAL IN GROEPSVERBAND.
TONGA LIGT IN DE STILLE ZUIDZEE; 2000 KILOMETER TEN NOORDOOSTEN VAN NIEUW ZEELAND. 36 VAN DE 177 EILANDEN ZIJN BEWOOND.
DE KLEDEN WORDEN IN OPDRACHT GEMAAKT. BELANGRIJKE FAMILIES GEVEN EEN KLEED ALS DIT ALS RELATIEGESCHENK EN/OF HET WORDT GEGEVEN AAN LEDEN VAN DE EIGEN GEMEENSCHAP VOOR BIJVOORBEELD EEN HUWELIJK.
DE MAAKSTERS VOEREN TIJDENS HET MAKEN TRADITIONELE RITULEN UIT. DE MOTIEVEN LIJKEN MEETKUNDIG VAN AARD, MAAR DE LIJNEN ZIJN TEVENS METAFOREN OVER HOE HET ONS MENSEN KAN VERGAAN IN HET LEVEN.
EEN TERUGKEREND THEMA, EEN DRIJFVEER VAN VELE MAAKSTERS IN DE TENTOONSTELLING IS: ‘DE MAAKSTERS WILLEN HET AMBACHT ZICHTBAAR MAKEN’
HET KLEED VORMT OOK HET BEWIJS VAN EEN SOCIAAL SYSTEEM WAARIN VROUWEN EN NON-BINAIRE PERSONEN AL GENERATIES EEN CENTRALE, GEZAGHEBBENDE ROL BEKLEDEN.
WERKEN MET BOOMBAST VERGT BIJZONDER VEEL EN LANGE VOORBEREIDINGEN EN VAKMENSSCHAP.
Er staat een mooi artikel over boombastdoeken op de site: Modemuze.nl. titel: BOOMBASTDOEK UIT TONGA.
Dat we textiel kunnen maken uit boombast is niet algemeen bekend.
De techniek waarmee de vezels uit de boombast worden verkregen gaat (heel globaal beschreven) als volgt: takken van bepaalde bomen (in ons land bijvoorbeeld bijvoorbeeld de wilg; op Tonga de moerbeiboom) worden in het water gelegd om te ‘rotten’. Niet te lang laten rotten natuurlijk want dan blijft er niets van over. Op precies het juiste moment kun je de tak uit het water halen en de bast ervan af pellen. En dan blijkt die bast te bestaan uit vele papierachtige velletjes. Die kun je voorzichtig, als nat papier, van elkaar halen. Vervolgens kun je er stroken van maken en/of op elkaar leggen.
Daar kun je dan weer van alles van maken.
Ook in bijvoorbeeld Nederland en Duitsland is deze techniek toegepast. Onze voorouders maakten er papier van. Het woord ‘buch’ komt van beuk. U kunt er meer over lezen bij de relatie tussen papier en textiel.
DIE BLAUE REITER
BIJ PARAGRAAF 2 KOMT AAN DE ORDE DAT KUNST EN KUNDE BIJZONDER LANG ELKAARS EQUIVALENT WAREN.
DE KUNSTSTROMING ‘DIE BLAUE REITER’ HEEFT NIET LANG BESTAAN; SLECHTS VIER JAAR EN ER MAAKTEN SLECHTS VIJF KUNSTENAARS DEEL VAN UIT.
ZIJ DEELDEN DE VISIE DAT KUNST EN AMBACHT AAN ELKAAR GELIJK ZIJN.
HET EEN IS NIET HOGER DAN HET ANDERE.
OOK WETENSCHAP STAAT NIET OP EEN HOGER TREETJE.
KANDINSKI (MOSKOU 1866 – NEUILLY SUR SEINE 1944) WAS NIET ECHT DE EERSTE SCHILDER DIE ABSTRACT WERKTE. MAAR HIJ WAS WEL DE EERSTE KUNSTENAAR DIE WOORDEN KON GEVEN AAN DE ESSENTIE VAN ABSTRACTE KUNST. ER IS EEN MOOIE DOCUMENTAIRE OVER ZIJN LEVEN EN WERK GEMAAKT: NPO.NL – CLOSE-UP: KANDINSKY PIONIER VAN ABSTRACTE KUNST.
GABRIELLE MUNTER (BERLIJN 1877 – MURNAU 1962) (EN.WIKIPEDIA.ORG – GABRIELA MUNTER) BELANGRIJK FOTOGRAFE EN EXPRESSIONISTISCH SCHILDER. ONAFHANKELIJKE GEEST EN EEN VAN DE OPRICHTERS VAN DE BLAUE REITER.
EERST VERTEL IK DE DROEVIGE REDEN WAAROM ZE SLECHTS VIER JAAR BESTONDEN:
MACKE WERD OPGEROEPEN OM TE VECHTEN IN DE EERSTE WERELDOORLOG EN SNEUVELDE DAAR.
DAT ZELFDE LOT TROF ….
KANDINSKY EN KLEE VLUCHTTEN UIT DUITSLAND. GABRIELLE MUNTER…….

